Kabinetsreactie op adviezen deltacommissaris

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Rijnstraat 8
2515 XP Den Haag
Postbus 20901
2500 EX Den Haag

T: 070-456 0000
F: 070-456 1111

 

Ons kenmerk: ENW/BSK-2022/145778

Bijlage(n): 2

 

 

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG

 

 

Datum: 20 september 2022

Betreft: Kabinetsreactie op Deltaprogramma 2023

 

 

Geachte voorzitter,

Hierbij bied ik u het Deltaprogramma 2023 (DP2023) aan. Dit is het jaarlijkse voorstel van de Deltacommissaris voor de inzet op waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimtelijke adaptatie, dat u wordt aangeboden in overeenstemming met artikel 4.10 lid 1 van de Waterwet. Het DP2023 rapporteert over de voortgang en de wijzigingen in het Deltaprogramma en over de maatregelen voor de komende jaren. Het DP2023 is tot stand gekomen in nauwe samenwerking tussen Rijk, gemeenten, waterschappen, provincies, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven en kan bij alle betrokkenen op brede steun rekenen.

De Deltacommissaris heeft het DP2023 aan het kabinet aangeboden vanuit een indringend gevoel van urgentie. Daarbij verwijst hij naar de overduidelijke tekenen dat klimaatverandering niet iets is van verre toekomst, en dat we de afgelopen jaren in Nederland al duidelijk de gevolgen ondervinden van vaker optredende extremere buien, overstromingen, hittegolven en droogte. Ook het Klimaatsignaal’21 van het KNMI geeft dit aan. Verder voeden de meest recente inzichten over zeespiegelstijging het gevoel van urgentie. Het kabinet neemt de signalen van de Deltacommissaris zeer serieus en heeft ook in het coalitieakkoord al aangegeven dat concrete acties nodig zijn.

 

De Deltacommissaris geeft in zijn aanbiedingsbrief bij DP2023 drie aanbevelingen en daaraan verbonden adviezen:

1.    Maak meer werk van gevolgbeperking, bewustwording en crisisbeheersing van meerlaagsveiligheid (laag 2 en 3), uitgewerkt in drie adviezen:

a.    Neem heldere prestatie-eisen op in de door het kabinet aangekondigde ‘landelijke maatlat klimaatadaptief bouwen’, en laat het water- en bodemsysteem hierbij sturend zijn, en leg dit vast.

b.    Pak dit thema gezamenlijk beter op in de volgende ronde stresstesten, risicodialogen, uitvoeringsagenda’s en kaders voor ruimtelijke plannen, inclusief de toetsing.

c.     Bepaal samen met de veiligheidsregio’s en koepels van decentrale overheden welke partij de regie bij gevolgbeperkingen bij overstromingen moet oppakken.

2.    Geef transities in het landelijk gebied een vliegende start en benut de aanpak van het Deltaprogramma, met als adviezen:

a.    Benut de maatregelen en organisatie van het Deltaprogramma als instrument en hulpmiddel voor de uitvoering van de transitie in het landelijk gebied.

b.    Gebruik vooruitlopend op de definitieve vaststelling van nieuwe financieringsarrangementen voor het transitiefonds de reeds bestaande financieringsarrangementen, zoals deze onder meer vanuit het Deltafonds al worden gehanteerd.

c.     Koppel waar mogelijk de opgaven in het landelijk gebied voor natuurherstel en duurzame landbouw aan de doelen van het Deltaprogramma.

3.    De tijd van vrijblijvendheid is voorbij, ga echt aan de slag!

 

Reactie kabinet op DP2023

Het kabinet wil graag in deze brief de Tweede Kamer informeren welke stappen gezet worden om beter voorbereid te zijn op de gevolgen van klimaatverandering, en hoe de aanbevelingen van de Deltacommissaris daarin meegenomen worden:

1.    Maak meer werk van gevolgbeperking via ruimtelijke maatregelen en crisisbeheersing en bevorder de bewustwording over slachtoffer- en schaderisico’s.

a. Neem heldere prestatie-eisen op in de door het kabinet aangekondigde ‘landelijke maatlat klimaatadaptief bouwen’, en laat het water- en bodemsysteem hierbij sturend zijn, en leg dit vast.

Het kabinet is met de Deltacommissaris van mening dat gelet op de klimaateffecten niet alle activiteiten zonder meer op elke plaats mogelijk zijn. Daarom werkt het kabinet aan een richtinggevend kader waarin Water en Bodem Sturend gaan zijn in de Ruimtelijke Ordening, met tevens als doel om schade en maatschappelijke ontwrichting door de effecten van extreme weerscondities te verminderen of indien mogelijk te voorkomen. Heldere prestatie-eisen voor gevolgbeperkende maatregelen bij klimaatadaptief bouwen en hoe dit gaat doorwerken in concrete (bouw)regelgeving voor nieuwbouw, renovatie en beheer en onderhoud zijn al onderdeel van het IenW-beleidsprogramma (Kamerstuk 35925 XII, nr. D) en de nationale aanpak Klimaatadaptatie Gebouwde Omgeving van het ministerie van BZK.

Het afgelopen jaar is ook voor onze kust de mondiaal al eerder gemeten versnelling van de stijging van de zeespiegel aangetoond. Bij het uitvoeren van versterkingsprojecten wordt rekening gehouden met verdere versnelling van de zeespiegelstijging in de toekomst. Maar ook bij ruimtelijke ontwikkelingen in een gebied moet waar mogelijk nu al rekening gehouden worden met toekomstige, hogere waterstanden door zeespiegelstijging en toename van rivierafvoeren. Enerzijds door aanvullend op huidige reserveringen extra ruimte te reserveren voor toekomstige versterkingen rond waterkeringen. Hiertoe worden bestuurlijke afspraken met de waterschappen gemaakt. Daarnaast vraagt ook klimaatverandering om meer ruimte voor waterberging en waterafvoer door de rivieren. Daarom is een evaluatie van de Beleidslijn grote rivieren in gang gezet, waarvan de resultaten in 2023 beschikbaar komen.

b. Pak het thema gevolgbeperking, bewustwording en crisisbeheersing van meerlaagsveiligheid – in gezamenlijkheid - beter op in de volgende ronde stresstesten, risicodialogen, uitvoeringsagenda’s en kaders voor ruimtelijke plannen, inclusief de toetsing.

c. Bepaal samen met de veiligheidsregio’s en koepels van decentrale overheden welke partij de regie bij gevolgbeperkingen bij overstromingen moet oppakken.

In het najaar van 2021 is de Beleidstafel Wateroverlast en Hoogwater ingesteld met als doel te leren van de opgetreden situatie in Limburg, om als Nederland nu en in de toekomst beter gesteld te staan voor de gevolgen van een periode van extreme neerslag. Deze beleidstafel bestaat uit bestuurlijke vertegenwoordigers van partijen met een rol en verantwoordelijkheid voor watersystemen en ruimtelijke inrichting op nationaal of regionaal niveau. De beleidstafel heeft geadviseerd om ook voor wateroverlast naar gevolgbeperking te kijken en daarvoor bovenregionale stresstesten uit te voeren en ook het thema ‘gevolgbeperking overstroming’ zowel op lokaal als op regionaal niveau te onderzoeken. Dit wordt door het kabinet ondersteund. Eind dit jaar geeft de beleidstafel haar eindadvies. Ook hier gaat veel aandacht uit naar gevolgbeperking en naar versterking van de huidige klimaatadaptie-aanpak die gebruik maakt van stresstesten, risicodialogen, uitvoeringsagenda’s en vertaling naar ruimtelijke plannen. Ook de monitoring en toetsing van voorgenomen maatregelen en plannen moet hierbij de volle aandacht krijgen. Het kabinet neemt dit advies van de Deltacommissaris over en zal samen met onder andere de veiligheidsregio’s bepalen hoe de regietaak het beste kan worden ingevuld. Het is van belang om in gezamenlijkheid te zorgen dat gevolgen en schade van klimaatverandering worden verminderd en maatschappelijke ontwrichting bij een ramp wordt beperkt. De Deltacommissaris en de aanpak van het Deltaprogramma kunnen hier in belangrijke mate aan bijdragen.

2.    Geef de transities in het landelijk gebied een vliegende start.

In dat kader adviseert de Deltacommissaris het kabinet om:

a)    de maatregelen en organisatie van het Deltaprogramma als instrument en hulpmiddel in te zetten om vaart te maken met de uitvoering van de transitie in het landelijk gebied;

b)    vooruitlopend op de definitieve vaststelling van nieuwe financieringsarrangementen voor het transitiefonds, gebruik te maken van bestaande financieringsarrangementen, zoals deze onder meer vanuit het Deltafonds al worden gehanteerd, om snel te kunnen starten met de uitvoering van maatregelen;

c)    waar mogelijk de opgaven in het landelijk gebied voor natuurherstel en duurzame landbouw te koppelen aan de doelen van het Deltaprogramma.

Het Rijk wil de transitie in het landelijk gebied op gang brengen via gezamenlijke (rijk-regio) gebiedsgerichte uitwerkingen in het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Het Deltaprogramma kan hier in belangrijke mate aan bijdragen door mede in die gebiedsuitwerkingen de samenhang tussen de veelheid aan opgaves te bewaken en prikkels te geven om de opgaves in samenhang aan te pakken. Dit kan bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van een nieuw perspectief voor de landbouwsector waarmee de doelen voor natuur (waaronder stikstof), water (kwaliteit, zoetwatervoorziening en waterbuffering) en klimaat (broeikasgassen) bereikt kunnen worden.

In dat verband moeten de waterpartners (automatisch) partij zijn bij de gebiedsuitwerkingen van het NPLG. De startnotitie NPLG beveelt aan om daarbij gebruik te maken van goed lopende governance van gebiedsgerichte programma’s zoals het Deltaprogramma en de Regionale Bestuurlijke Overleggen van de KRW. Daarnaast zijn de Deltaprogramma’s voor Zoetwater (DPZW) en Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) in de startnotitie NPLG opgenomen in de lijst met ‘Voorbeelden van programma’s die inhoudelijk sterke samenhang vertonen en waarmee landelijk en op gebiedsniveau intensieve samenwerking nodig is’. Waar mogelijk zullen bestaande financieringsinstrumenten worden benut, om snel te kunnen starten met de uitvoering van maatregelen.

3.    De tijd van vrijblijvendheid is voorbij, ga echt aan de slag!

Deze oproep van de Deltacommissaris wordt volledig gesteund. De grenzen zijn bereikt op gebied van bodem en watermanagement: waterbeheerders staan nu al voor grote uitdagingen en de impact van klimaatverandering zal zich in toekomst steeds sterker laten voelen. Daarom is in het Coalitieakkoord afgesproken dat ‘water en bodem sturend worden bij ruimtelijke planvorming’. Met de steeds indringender inzichten over klimaatverandering en ervaringen met de gevolgen daarvan kunnen we stellen dat dit een zeer essentieel en urgent uitgangspunt is dat tot veranderingen in onder andere het ruimtelijk beleid en klimaatbeleid zal moeten leiden.

Vanwege de toenemende drukte in de ondergrond wordt het steeds belangrijker om weloverwogen ruimtelijke keuzes te maken, zowel op centraal als decentraal niveau. IenW ondersteunt decentrale overheden daarbij met handreikingen en kennisuitwisseling en neemt de regie op de ruimtelijke ordening van de ondergrond om duurzaam gebruik van die ondergrond te waarborgen. Deze hoofdlijnen zullen dilemma’s opleveren en keuzes vragen. De komende maanden werkt IenW deze daarom met betrokken departementen en medeoverheden nader uit. De Tweede Kamer zal nog nader geïnformeerd worden over de invulling hiervan en de positionering ten opzichte van andere programma’s zoals het NPLG.

Tijdens het Commissiedebat Water op 7 juni jl. is, naar aanleiding van een vraag van het Kamerlid Grinwis, toegezegd dat inzicht zal worden gegeven in de manier waarop tot vernieuwde deltabeslissingen zal worden gekomen. In 2022 start de voorbereiding van de tweede zes-jaarlijkse herijking van de deltabeslissingen en regionale voorkeursstrategieën van 2015 en 2021. Aan dat proces wordt vormgegeven in nauwe dialoog met alle andere lopende trajecten, met een samenhangende planning en concrete deadlines. Het schema in figuur 3 Voorbereiding tweede herijking Deltabeslissingen en gerelateerde trajecten uit het DP2023 toont dat er meerdere gerelateerde, beeldbepalende beleidstrajecten zijn, met ieder hun eigen focus en opleverdata. Die trajecten voeden en beïnvloeden elkaar op de route naar de tweede herijking van de deltabeslissingen.

Tot slot

Het kabinet onderkent volledig de urgentie van het vraagstuk van klimaatverandering en de potentiële gevolgen daarvan. Het klimaatsignaal ’21 van het KNMI geeft aan dat we in de toekomst meer te maken gaan krijgen met extremere zomerbuien, langdurige droogte of hitte. Het is cruciaal om als Nederland hier beter op voorbereid te zijn zodat we overlast kunnen beperken, schade kunnen verminderen en ontwrichting kunnen voorkomen. Het Nederlandse watersysteem is vanwege haar ligging kwetsbaar voor klimaatverandering. Voor ons hoofdwatersysteem geldt dat handelen nu nodig is om tijdig voorbereid te zijn op een toekomst met hogere rivierafvoeren in de winter en lagere afvoeren in de zomer, zeespiegelstijging en watertekorten. De impact van klimaatverandering, die wordt al steeds meer zichtbaar en zal zich de komende eeuw steeds directer en sterker zal laten voelen. Het bodem- en watersysteem zit op veel plekken al zo aan de grens, of daarover, dat het niet in staat is om zonder ingrijpen die impact op te vangen.

De veranderingen in het klimaat zullen ook gevolgen moeten hebben voor de inrichting van Nederland. Klimaatadaptatie is een noodzaak, ‘Water en Bodem” moet sturend worden bij ruimtelijke planvorming’. Dit najaar stuur ik uw Kamer een brief over de nadere uitwerking van Water en Bodem Sturend.

Tegelijkertijd zijn we bezig om de benodigde stappen te zetten waarmee we willen voorkomen dat de adaptatieopgave nog verder toeneemt.

 

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

 

 

Mark Harbers

U kunt de originele kabinetsreactie downloaden als pdf-bestand.