Hoofdstuk 4Zoetwater

Bouw nieuwe brug voor vergroting zoetwateraanvoer KWA+, Bodegraven, maart 2022

Foto bovenkant pagina: Bouw nieuwe brug voor vergroting zoetwateraanvoer KWA+, Bodegraven, maart 2022

Het Deltaprogramma Zoetwater heeft als overkoepelend doel om te zorgen dat Nederland in 2050 weerbaar is tegen watertekorten. De opgave is om een gezond en evenwichtig (grond)watersysteem in stand te houden en te bevorderen (met een gebruik van het land dat past bij de water­beschikbaarheid), om cruciale gebruiksfuncties in stand te houden en om het beschikbare zoetwater effectief en zuinig te gebruiken. De maat­regelen die het Rijk (Rijkswaterstaat en het ministerie van Infra­structuur en Waterstaat) en zoetwaterregio’s (provincies, waterschappen, drink­waterbedrijven, terreinbeheerders en anderen) nemen, zijn uitgewerkt in het Deltaplan Zoetwater voor de tweede fase: 2022-2027. 2021 was het laatste jaar van de eerste fase van het Deltaplan Zoetwater (2015-2021). Daarin is gewerkt aan de uitvoering en afronding van maatregelen en aan de besluitvorming over en voorbereiding van de tweede fase.

4.1 Doel 2050: perspectief

In de afgelopen periode is intensief gewerkt aan maatregelen om de weerbaarheid tegen watertekorten te vergroten, zoals de uitbreiding van de capaciteit van de Klimaatbestendige Wateraanvoervoorziening (KWA). In de tweede fase wordt verder gewerkt aan die weerbaarheid, waarbij nadrukkelijk wordt ingezet op de voorkeursvolgorde voor zoetwaterbeheer uit het Nationaal Waterprogramma en de Nationale Omgevingsvisie (zie paragraaf 4.2). Het uitgangspunt is zuinig watergebruik en landgebruik dat rekening houdt met de beschikbaarheid van zoetwater.

De grenzen van het watersysteem komen in zicht en het is nodig dat water en bodem meer sturend worden in de ruimtelijke inrichting. Dankzij die transitie blijft Nederland in de toekomst leefbaar en klimaatrobuust. Van oudsher is Nederland goed in het slim verdelen van water. In de afgelopen jaren zijn maatregelen genomen voor het beter vasthouden van zoetwater, met name op de Hoge Zandgronden. Er kan nog veel bespaard kan worden door water zuiniger te gebruiken. Die besparing kan onder andere gerealiseerd worden door efficiënter door te spoelen ten behoeve van verziltingbestrijding in de kustgebieden. Hierbij is het wel noodzakelijk dat het landgebruik meer aangepast gaat worden op de zoetwaterbeschikbaarheid. Er zijn hierin nog grote stappen te zetten.

Integrale gebiedsgerichte aanpak

Een integrale gebiedsgerichte aanpak lijkt meer gewenst dan ooit. Gezien de huidige opgaven waar Nederland voor staat is het in samenhang aanpakken van verschillende ambities (water, stikstofopgaven en CO2-emissiereductie) noodzakelijk. Daarbij is duurzaam grondwaterbeheer nodig voor het watergebruik (landbouw, drinkwater) en voor grootschalig natuurherstel. De Studiegroep Grondwater is ingesteld om de bestuurlijke knelpunten om te komen tot duurzaam grondwaterbeheer in beeld te brengen en ook de mogelijke handelingsperspectieven. De uitwerking van oplossingsrichtingen voor deze knelpunten vindt in afstemming met het Deltaprogramma plaats.

De huidige maatregelen van het Deltaprogramma Zoetwater zijn nu vooral gericht op het robuuster maken van de watervoorziening. In het waterbeheer en de ruimtelijke inrichting is een omslag nodig om - naast de adaptieve maatregelen - waar relevant in te zetten op aanpassing van landgebruik. Dit vraagt om maatregelen die aansluiten op de transitie van de landbouw en bij natuurherstel. Deze omslag zal niet binnen zes jaar worden gerealiseerd, het blijft ‘werk in uitvoering’. In de voorbereiding op de derde fase van het Deltaprogramma Zoetwater worden de zoetwaterdoelen verder geconcretiseerd. Dit traject moet antwoord geven op de vraag in hoeverre de maatregelen bijdragen aan het doelbereik en richting geven aan de inbreng naar andere transities. Het is belangrijk om na 2027 verder te investeren in zoetwaterbeschikbaarheid.

Zoetwater - Nederland in 2050 weerbaar tegen watertekort
Figuur 10 Zoetwater - Nederland in 2050 weerbaar tegen watertekort (tekstuele beschrijving)

4.2 Voortgang

Afronding Deltaplan eerste fase (2015-2021)

Tussen 2015 en 2021 zijn 37 maatregelen gerealiseerd die deel uitmaken van de eerste fase van het Deltaplan Zoetwater. In 2021 zijn onder meer de maatregelen uit het programma Hogere Gronden Noord-Nederland en de Proeftuin IJsselmeergebied afgerond en is de regionale verdringingsreeks Noord-Nederland opgesteld. Ook hebben de zes provincies met zandgebieden hun onderzoek afgerond naar droogte in 2018 en 2019. Op 10 maart 2022 zijn de onderzoeksresultaten gepresenteerd tijdens een symposium. In West-Nederland is gestart met de optimalisatie van de watervoorziening Brielse Meer en is verder gewerkt aan de Klimaatbestendige Wateraanvoer (KWA) in Utrecht en Zuid-Holland. De regio Rivierengebied heeft de klimaatpilot voor duurzaam gebruik van het grondwater afgerond. In de Zuidwestelijke Delta is verder gewerkt aan de verbetering van de zoetwatervoorziening voor West-Brabant. Na ingebruikname van de haven in Zevenbergen, eind 2020, is de robuuste inlaatvoorziening bij Sluis Roode Vaart gereedgekomen. Inmiddels is de inlaatvoorziening getest en operationeel voor het groeiseizoen van 2022.

Er wordt nog gewerkt aan 24 maatregelen; hiervan is de helft eind 2022 gereed. Zie tabel 8. Circa 58% van het Deltafondsbudget voor de eerste fase van het Deltaplan Zoetwater (2015-2021) is daadwerkelijk besteed in deze periode. De overige 42% van het budget wordt gespendeerd in de periode 2022-2025. De uitvoering van een aantal complexere uitvoeringsmaatregelen in het Deltaplan Zoetwater vergt meer tijd dan voorzien. Hierbij gaat het onder meer om de uitbreiding van de Noordervaart, de implementatie van het nieuwe peilbesluit voor het IJsselmeergebied, de KWA en de maatregelen voor de Friese IJsselmeerkust. De vertragingen zijn onder andere te wijten aan de gevolgen van de coronapandemie, de stikstof­problematiek en vertraagde grondaankopen. Voor sommige projecten geldt dat de vertraging van de realisatie ook te maken heeft met personele capaciteit. Er is grote druk op de uitvoering van projecten en in veel organisaties wordt de beschikbare capaciteit voor uitvoering volledig benut.

Het Bestuurlijk Platform Zoetwater (BPZ) heeft op 18 maart 2021 ingestemd met de uitloop van een aantal maatregelen tot uiterlijk 2024. De totale geplande uitgaven van alle partijen voor de zoetwatermaatregelen uit het Deltaplan Zoetwater bedragen in de periode 2015 tot en met 2025 ruim € 443,5 miljoen, waarvan € 177,3 miljoen wordt gefinancierd vanuit het Deltafonds. Er is nog een risicoreservering van ruim € 1,2 miljoen aan middelen vanuit het Deltafonds.

Tabel 8 Programmering maatregelen Deltaplan Zoetwater 2021-2024
2022 2023 2024
IJsselmeergebied
HWS: maatregelen Friese IJsselmeerkust realisatie realisatie realisatie
HWS: robuuste natuurlijke oevers IJsselmeergebied 1e fase realisatie realisatie realisatie
HWS: Implementatie peilbesluit IJsselmeer realisatie realisatie realisatie
Projectprogramma Hogere Gronden Regio Noord met:
Natuurlijke inrichting Dwarsdiepgebied realisatie
 
Hoge Zandgronden
Uitvoeringsprogramma Deltaplan Hoge Zandgronden, Regio Zuid realisatie realisatie
Uitvoeringsprogramma Zoetwatervoorziening Hoge Zandgronden, Regio Oost realisatie realisatie
 
West-Nederland
Klimaatbestendige Water Aanvoer West-Nederland (KWA) realisatie realisatie realisatie
Optimalisatie watervoorziening Brielse Meer, stap 1 realisatie
 
Zuidwestelijke Delta
Roode Vaart doorvoer West-Brabant en Zeeland realisatie
Klimaatpilot Proeftuin Zoetwater Zeeland met:
E7 - Meer fruit met minder water klimaatpilots
E11(2) - Uitbreiding Waterhouderij Walcheren klimaatpilots
E13 - Ondergronds beregenen klimaatpilots
E15 - Wolphaartswater klimaatpilots
 
Rivierengebied
HWS: onderzoek langsdammen realisatie
Start maatregelen Rivierengebied-Zuid realisatie
 
Hoofdwatersysteem (zie ook onder de regio’s)
Slim Watermanagement (SWM) onderzoek
Noordervaart realisatie realisatie realisatie
 
Extra maatregelen Beleidstafel Droogte

HWS: Zoutmonitoring en modelontwikkeling Amsterdam-Rijnkanaal/Noordzeekanaal

realisatie

HWS: Zoutmonitoring en model ontwikkeling in het IJsselmeer

realisatie

HWS: Sturen op zout WNZ extra meetpunten RMM

realisatie realisatie realisatie

HWS: Debietmeters Nederrijn-Lek t.b.v. zoetwaterbuffers west NL

realisatie

Zoutkartering 1e fase

realisatie

Freshem NL

realisatie

Legenda: realisatie Realisatie fastlane Onderzoek klimaatpilots Klimaatpilots

Start uitvoering Deltaplan tweede fase (2022-2027)

Het Deltaplan voor de tweede fase is in het afgelopen jaar vastgesteld door de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Voor het nieuwe Deltaplan Zoetwater hebben het Rijk en de zoetwaterregio’s een maatregelenpakket van € 800 miljoen uitgewerkt. Hiervan is € 250 miljoen afkomstig uit het Deltafonds en wordt € 550 miljoen bijgedragen door de overheden in de regio’s. Zie tabel 9. Er zijn financiële afspraken gemaakt over een zogenoemde ‘specifieke uitkering’ (SPUK-regeling) en in diverse regio’s zijn regionale bestuursovereenkomsten gesloten. Iedere zoetwaterregio heeft een bestuurlijk vastgestelde strategie met bijbehorende maatregelen.

Meer dan de helft van de investeringen is voorzien op de Hoge Zandgronden, met als doel om de omslag te maken naar het beter vasthouden van water. De overige maatregelen zijn gericht op het effectiever en doelmatiger verdelen van het beschikbare water, het gebruik van alternatieve bronnen (zoals effluent en brakke kwel), een (klimaat)robuustere inrichting en beheer van het watersysteem en innovaties in onder meer de landbouw. Daarbij wordt Slim Watermanagement, waarbij waterbeheerders het water gezamenlijk daarheen ‘sturen’ waar het de minste overlast veroorzaakt of juist het hardst nodig is, in de tweede fase tevens benut voor het verder uitwerken van de strategie Klimaatbestendige Zoetwatervoorziening Hoofdwatersysteem (KZH). Deze strategie gaat uit van zoetwaterbuffers en zones in het hoofdwatersysteem van waaruit zoetwater, vanuit landelijk overzicht, situationeel gestuurd wordt naar de regionale watersystemen.

Ter voorbereiding op de KZH is in 2021 een programma ingericht om in de komende jaren te werken aan de verkenning van de strategie. Door de effecten daarvan te onderzoeken leren we van de uitvoering en passen we aan waar nodig. Daarbij is een nieuw programmaplan voor Slim Watermanagement vastgesteld. Ook sommige zoetwater­regio’s lopen vooruit op de tweede fase. Zo is in West-Nederland gestart met de pilot Coastar Kustduinen, met als doel de zoetwatervoorraad onder de duinen te vergroten.

Tabel 9 Overzicht van investeringen in de tweede fase
Per regio en inclusief de invulling van de € 14,6 miljoen nog te verdelen middelen uit tabel 13 Deltaprogramma 2022
Zoetwaterregio’s en Hoofdwatersysteem Investering
(mln €)
Deltafondsbijdrage
(mln €)
Hoge Zandgronden Zuid 200,0 50,0
Hoge Zandgronden Oost 200,0 50,0
Laag Noord-Nederland 65,6 18,0
Hoog Noord-Nederland 60,0 15,2
West-Nederland 62,7 22,3
Zuidwestelijke Delta 96,0 23,7
Rivierengebied 7,0 1,8
Hoofdwatersysteem 58,4 58,4
Risicoreservering 11,1
Totaal vastgelegde investeringen 749,7 250,5
Tabel 10 Aanvullende maatregelen tweede fase
€ 14,6 miljoen nog te verdelen middelen uit tabel 13 Deltaprogramma 2022
Zoetwaterregio Maatregel Deltafondsbijdrage
(mln €)
West Temmen brakke kwel[1] 2,00
West COASTAR pilot Westland 0,75
West COASTAR pilot brakwaterwinning polders 1,05
West Harnaschpolder (Delfland), hergebruik voor gietwater 3,25
Totaal West 7,05
 
Noord Zoet op Zout Lauwersmeer 0,60
Noord Proeftuin landbouwprojecten: Salfar 0,63
Totaal Noord 1,23
 
Zuidwestelijke Delta Water uit de Brabantse Wal 2,50
 
Rijkswaterstaat Overige maatregelen RWS[2] 3,60
Totaal RWS 3,60
Totaal 14,4

Voorkeursvolgorde

Nederland krijgt vaker te maken met droogte en perioden van laagwater in de rivieren. In de Nationale Omgevingsvisie en het Nationaal Waterprogramma is daarom een voorkeursvolgorde opgenomen voor (regionaal) waterbeheer, om de beschikbaarheid van water zeker te stellen, wateroverlast te voorkomen en als basis voor ruimtelijke afwegingen. Uitgangspunt is dat de vraag naar zoetwater wordt afgestemd op de beschikbaarheid van water. Dat gebeurt door bij de toedeling van watervragende functies rekening te houden met de waterbeschikbaarheid en door in te zetten op een zuinige omgang met water door watervragende functies. De voorkeursvolgorde om watertekort te voorkomen is:

  • beter vasthouden, bergen en opslaan;
  • water slimmer verdelen;
  • (rest)schade accepteren en ons daarop voorbereiden, omdat bij een natuurlijk fenomeen nooit alle schade te voorkomen is.

Blijvend werken aan waterbeschikbaarheid

Blijvend werken aan waterbeschikbaarheid is een belangrijk onderdeel van het Deltaprogramma Zoetwater en daarmee van het Deltaplan Zoetwater. In gebiedsprocessen werken overheden en gebruikers van zoetwater samen aan het verkrijgen van inzicht in de beschikbaarheid van zoetwater en de watervraag onder normale en droge omstandigheden, nu en in de toekomst. Ook maken ze afspraken over de inzet van eenieder voor de beschikbaarheid van water en het verlagen van het risico op watertekort. Het gaat hierbij om de beschikbaarheid van grond- en oppervlaktewater. De grootgebruikers van zoetwater weten hierdoor wat ze van de overheid kunnen verwachten en waar hun eigen verantwoordelijk ligt. Dat inzicht helpt om investeringsbeslissingen te nemen en biedt daarmee een handelingsperspectief. Inzicht in waterbeschikbaarheid draagt bij aan het sturend maken van water en bodem bij de ruimtelijke inrichting.

Aanbevelingen Beleidstafel Droogte

Tijdens de uitvoering van de eerste fase van het Deltaplan Zoetwater was er sprake van langdurige perioden van droogte in 2018, 2019 en 2020. Dit heeft de urgentie van het werken aan de zoetwatervoorziening verder verhoogd en de samenwerking tussen en binnen zoetwaterregio’s versterkt. Omdat de droogte in deze jaren voor iedereen voelbaar en zichtbaar was, is de opgave bij een veel groter publiek onder de aandacht gekomen. Naar aanleiding van de droogte van 2018 werd de Beleidstafel Droogte ingericht. Dit heeft concrete aanbevelingen opgeleverd en de koers van het Deltaprogramma Zoetwater aangescherpt. Ook in 2021 is gewerkt aan de implementatie van een aantal aanbevelingen:

  • Zoetwaterregio’s en gebruikers van zoetwater werken samen uit hoe zij de nationale verdringingsreeks op regionaal niveau toepassen in gevallen van zoetwater­tekort. Hierbij is afgesproken dat iedere zoetwaterregio in het voorjaar van 2022 over een regionale uitwerking van de verdringingsreeks beschikt; een aantal regio’s werkt in 2022 (nog) verder aan de regionale uitwerking.
  • Om een impuls te geven aan gerichte kennisontwikkeling en om de verbinding tussen wetenschap en praktijk te versterken, is gestart met het Expertisenetwerk Zoetwater en Droogte. In 2022 volgt een geactualiseerde Kennisagenda Zoetwater.
  • In 2021 is een pilot uitgevoerd voor het opstellen van een waterprofiel voor de industrie. Op basis van zo’n profiel worden de waterbelangen van de industrie inzichtelijk gemaakt, hetgeen leidt tot betere besluitvorming in tijden van een (dreigend) watertekort. Momenteel werken de zoetwaterregio’s aan een plan van aanpak voor het opstellen van waterprofielen voor verschillende industrieclusters in Nederland.
  • Het onderwerp zoetwater is duidelijker verbonden met het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie, door waterbeschikbaarheid als uitgangspunt mee te nemen in de ruimtelijke inrichting.

Inzichten uit Signaalgroep Deltaprogramma

De onafhankelijke wetenschappelijke Signaalgroep Deltaprogramma heeft een advies uitgebracht dat ook relevant is voor de zoetwateropgave. Het advies luidt:

  • Houd rekening met snellere en grilliger klimaatverandering, die soms buiten de standaardrekenmethoden valt, en kijk daarbij ook naar gebeurtenissen waarop een kleine kans is, maar die een grote impact kunnen hebben. Dit sluit aan bij de aanbevelingen van de Beleidstafel Droogte en is een aspect dat wordt mee­genomen in het proces naar de derde fase van het Deltaplan en de concretisering van doelen.
  • Heb aandacht voor de stedelijke omgeving: de focus van het zoetwaterprogramma ligt in het landelijk gebied, maar de verbinding met de bebouwde omgeving krijgt ook aandacht. Daarvoor wordt samengewerkt met het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie op nationaal en regionaal niveau.
  • Erken dat er naast inzet op adaptatie ook aanleiding kan zijn voor (ruimtelijke) transformatie. Bij het proces van het afleiden van de doelen voor de derde fase van het Deltaplan is de omslag naar transformatie (waar van toepassing) een belangrijk uitgangspunt. Daarbij wordt ook de aansluiting met andere transities onderzocht, met name in het landelijk gebied.

4.3 Ontwikkelingen

Water en bodem als basis

Zoals toegelicht in hoofdstuk 4.1 komt er in lijn met de voorkeursvolgorde zoetwater uit de Nationale Omgevings­visie steeds meer aandacht voor het uitgangspunt om bij landgebruik meer rekening te houden met de randvoorwaarden vanuit het bodem- en watersysteem, inclusief aandacht voor de beschikbaarheid van zoetwater en het risico op wateroverlast. De langdurige droogte in 2018 en het hoogwater en de wateroverlast in Limburg in 2021, hebben laten zien dat er grenzen zijn aan de mogelijkheden om toekomstige perioden van extreme droogte of neerslag of wateroverlast met technische ingrepen in het water­systeem op te vangen. In gebieden zoals de zandgronden en veengebieden is ook aanpassing van landgebruik nodig. Dit vraagt een omslag van de huidige aanpak - waar via (technische) adaptatiemaatregelen het gewenste land­gebruik wordt mogelijk gemaakt - naar het stellen van grenzen en randvoorwaarden.

De watersysteemverkenning die in het Nationaal Waterprogramma is opgenomen brengt toekomstige keuzes voor het watersysteem in beeld. Dit maakt duidelijk welke kennis benodigd is voor goede besluitvorming. De watersysteemverkenning maakt hierbij gebruik van onderzoeken uit het Deltaprogramma en het Kennisprogramma Zeespiegelstijging. Gezamenlijk moet dit bijdragen aan een samenhangende en integrale aanpak voor alle wateropgaven en de ruimtelijke doorwerking. Daarvoor is in het Deltaplan Zoetwater 2022-2027 een routekaart opgesteld die aangeeft welke besluiten - die relevant zijn voor zoetwater - wanneer genomen worden, welke kennis wordt ontwikkeld en hoe programma’s met elkaar interacteren.

Watertoets en Nationaal Programma Landelijk Gebied

In het coalitieakkoord (‘Omzien naar elkaar en vooruit kijken naar de toekomst’) wordt aangekondigd dat water en bodem sturend worden voor ruimtelijke planvorming, inclusief de grote transities voor wonen, energie en natuurherstel. Daarbij moeten waterbeheerders eerder worden betrokken bij het maken van ruimtelijke plannen en moet de watertoets volgens het nieuwe kabinet, onder meer via een actualisatie van de Nationale Omgevingsvisie, een meer dwingend karakter krijgen.

Het nieuwe kabinet investeert met het Nationaal Programma Landelijk Gebied in de aanpak van natuurherstel en de stikstofproblematiek. Tot en met 2035 is hiervoor cumulatief € 25 miljard beschikbaar, middels een fonds gericht op de transitie van de landbouwsector en het herstel van de natuur. Voor maatregelen die vallen onder de Kaderrichtlijn Water is ruim € 800 miljoen beschikbaar. Dat speelt met name in beekdalen, waar synergiekansen liggen voor zoetwateropgaven.

Gezamenlijke aanpak

De gebiedsgerichte aanpak richt zich op een vermindering van de stikstofuitstoot, hydrologisch herstel van natuur­gebieden, het verbeteren van de waterkwaliteit, opgaven op het gebied van bodem en klimaat en het bieden van een toekomstbestendig perspectief voor de landbouw. De gezamenlijke aanpak van de droogteproblematiek, het natuurherstel en de stikstofproblematiek biedt grote kansen voor maatregelen om de weerbaarheid tegen zoetwatertekorten te vergroten. Zonder hydrologisch herstel is er geen robuuste natuur en bij beide opgaven vormt het bodem- en watersysteem de onderlegger.

Daarnaast is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering aangenomen, waarmee de stikstofproblematiek wordt aangepakt. Hierin is opgenomen dat alle provincies provinciale gebiedsplannen moeten ontwikkelen om de stikstofproblematiek aan te pakken. Deze gebiedsplannen moeten medio 2023 gereed zijn. In de regio’s moet synchronisatie tussen de diverse opgaven plaatsvinden; het samen organiseren van uitvoeringskracht op alle bestuurlijke niveaus is een belangrijke randvoorwaarde voor succes.

Stresstests geven nieuwe inzichten

De ambitie voor het hoofdwatersysteem is om bestand te zijn tegen een droogte die eens in de twintig jaar voorkomt. Een stresstest voor het IJsselmeergebied en het hoofdwatersysteem heeft laten zien dat de houdbaarheid van deze zoetwaterambitie onder druk komt te staan door klimaatverandering, een toename van het watergebruik en nieuwe watergebruikers. In de tweede fase van het Deltaprogramma Zoetwater wordt daarom verkend welke aanvullende maatregelen nodig zijn om de ambitie voor het hoofdwatersysteem te realiseren. De besluitvorming over de (laag)waterverdeling raakt dus - naast de Klimaatbestendige Zoetwatervoorziening Hoofdwatersysteem (KZH)- allerlei andere aspecten, zoals de vismigratie in het Haringvliet, bodemerosie in de Waal (IRM), heeft effect op archeologie en leidt tot ruimtelijke beperkingen door peilfluctuaties. Dit vraagt om brede afwegingen op nationaal niveau, die in de komende periode worden voorbereid.

In het IJsselmeergebied heeft de stresstest laten zien dat zelfs in een enorme waterbuffer als het IJsselmeer watertekorten kunnen ontstaan, tot een keer per vijf jaar in het Stoom-scenario 2050. ‘Stoom’ is een van de Deltascenario’s, waarbij sprake is van snelle klimaatverandering en een sterke economische groei. Om in de komende decennia de kans op watertekorten in het IJsselmeergebied te verkleinen, zijn nieuwe beleidskeuzes nodig. Hierbij gaat het zowel om beleid dat zich richt op het vergroten van het zoetwateraanbod, als om beleid ter voorkoming van een verdere toename van de zoetwatervraag.
In de ruimtelijke inrichting zal bijvoorbeeld rekening moeten worden gehouden met grotere peilfluctuaties in het IJsselmeer en een mogelijke tweede aanvoerroute via het Amsterdam-Rijnkanaal. De verzilting via de spui- en schutsluizen in de Afsluitdijk zal verminderd moeten worden, zodat veel minder water nodig is om het IJsselmeer door te spoelen. Daarnaast zullen alle watergebruikers stappen moeten maken naar zuinig watergebruik: de landbouw, de industrie én consumenten.

Veenweidestrategieën

Vanuit het klimaatakkoord wordt gewerkt aan de reductie van CO2-emissie en tegelijkertijd aan het beperken van de bodemdaling en veenoxidatie. In de zes provincies met substantiële veenarealen worden regionale veenweidevisies opgesteld (ook voor voormalige veengebieden waarin akkerbouw plaatsvindt), waarbij vernatting en peilverhoging de voornaamste elementen zijn van de strategie om de bodemdaling te vertragen. Deze strategie impliceert een extra watervraag, die dan wel moet kunnen worden gedekt uit de beschikbare hoeveelheid water. De stresstest in het IJsselmeergebied heeft uitgewezen dat die extra watervraag in Noord-Nederland en andere gebieden in laag-Nederland niet altijd kan worden geleverd en een brede afweging vergt die ook het peilbeheer en de aanvoer raakt. Het Deltaplan Zoetwater en het Deltaprogramma IJsselmeergebied werken nauw samen aan deze afweging. Vanuit het Deltaprogramma is een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd om de watervraag van diverse maatregelen in beeld te brengen en zo de regio’s te ondersteunen om tot regionale strategieën te komen. Die strategieën dienen te passen bij de waterbeschikbaarheid en de nationale waterverdeling. Uiteindelijk moeten de veenweidestrategieën onderdeel worden van de integrale gebiedsplannen waar de regio’s aan werken voor het Nationaal Programma Landelijk Gebied, die gepland zijn voor 2023.

SMART maken van doelen

In diverse beleidsevaluaties is geconcludeerd dat het weerbaarheidsdoel voor 2050 van het Deltaprogramma Zoetwater nog relatief abstract is. Het Bestuurlijk Platform Zoetwater heeft daarom besloten tot een verkenning naar nadere concretisering van zoetwaterdoelen, die een belangrijke rol zullen spelen bij de voorbereiding van de derde fase van het Deltaplan. Die verkenning moet antwoord geven op de vraag in hoeverre de maatregelen bijdragen aan het doelbereik. De ambitie bij het concretiseren van de doelstellingen zoetwater is om de doelen zo SMART mogelijk te maken, zowel op nationaal als regionaal niveau. SMART staat voor: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden. Doelen moeten op nationaal en regionaal niveau worden vastgesteld. Daarbij zal sprake zijn van regionale differentiatie, zodat de doelen passen bij de verschillen in gebiedskenmerken van de zoetwaterregio’s.
In een rapport van Bureau Drift is naar aanleiding van het weerbaarheidsdoel het begrip ‘weerbaarheid’ nader geduid. De conclusie was dat de huidige zoetwatermaatregelen met name gericht zijn op het vergroten van de robuustheid en het adaptatievermogen, maar nog te weinig bijdragen aan onvermijdelijke transformaties in landgebruik, zoals nodig op de Hoge Zandgronden en in veengebieden. De urgentie van dit traject is toegenomen vanwege de behoefte aan concrete doelen voor programma’s als het Nationaal Programma Landelijk Gebied, de provinciale gebiedsplannen in het kader van de Wet stikstofreductie en natuur­verbetering en plannen voor ruimtelijke ordening (inclusief het water en bodem sturend-principe).

4.4 Samenwerking

Ruimtelijke Adaptatie

In het werken aan een klimaatadaptief Nederland is samenwerking tussen het Deltaprogramma Zoetwater en het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie steeds belangrijker geworden. De beide programma’s organiseren samen kennisdagen, ontsluiten nieuwsberichten en inzichten via het gezamenlijke Kennisportaal Klimaatadaptatie en stimuleren het combineren van risicodialogen voor ruimtelijke adaptatie en gebiedsprocessen, om zo de zoetwater­beschikbaarheid en de weerbaarheid bij een zoetwatertekort te vergroten. De samenwerking draagt bij aan de doorwerking van de zoetwater- en droogteopgave bij gemeenten en in de ruimtelijke inrichting.

Wateroverlast en Hoogwater

De samenhang met andere opgaven is groot. Naar voorbeeld van de Beleidstafel Droogte is een Beleidstafel Wateroverlast en Hoogwater ingericht, die in 2022 aanbevelingen moet opleveren naar aanleiding van de extreme neerslag in juli 2021 in Limburg (zie paragraaf 2.3). De aanbevelingen van deze beleidstafel zijn naar verwachting ook voor de zoetwateropgave van belang. In veel gebieden zijn watertekort en wateroverlast twee kanten van dezelfde medaille. De aanleg van buffers moet helpen om water zo lang mogelijk vast te houden met het oog op droge perioden, terwijl buffers ook behulpzaam kunnen zijn bij het voorkomen van wateroverlast. De neerslaggebeurtenis van juli 2021 besloeg een gebied zo groot als half Nederland. Dat onderstreept het belang van bovenregionale afwegingen en stresstesten, waarvoor de Slim Watermanagement-samenwerking een basis biedt.

Grondwater

Uit het eind 2021 opgeleverde onderzoek ‘Droogte in zandgebieden van Zuid-, Midden- en Oost-Nederland’ blijkt welk effect de drie droge jaren in 2018, 2019 en 2020 hebben gehad op de zandgebieden. Het onderzoek geeft inzicht in de effectiviteit van maatregelen en doet aanbevelingen. Zo wordt bijvoorbeeld geadviseerd om grote aanpassingen in het waterbeheer te combineren met andere grote opgaven, zoals verandering van het gebruik van meststoffen in de landbouw. Ook in laag-Nederland kunnen droogte en uitzakkende grondwaterstanden tot schade leiden, variërend van een dalende bodem tot schade aan funderingen, aan archeologische monumenten en aan de natuur en stedelijk groen.
Bewuster omgaan met het (grond)water is van belang, want het Nederlandse klimaat verandert[3]. De kans op droogte in het voorjaar en in de zomer neemt toe. Nationale opgaven vragen om voldoende, schoon (grond)water, zoals de drinkwatervoorziening die meegroeit met de woningbouwopgave. Hiervoor is een aantal trajecten gestart, waaronder het aanwijzen van Aanvullende Strategische Voorraden (ASV) en Nationale Grondwater Reserves (NGR). Daarbij wordt bekeken welke grondwatervoorraden er voor de (verre) toekomst moeten worden aangewezen en moeten worden beschermd. Voor natuurherstel en de Kaderrichtlijn Water gelden internationale verplichtingen voor grondwater.
De Studiegroep Grondwater (zie paragraaf 2.4) brengt de bestuurlijke knelpunten op het gebied van grondwater en de mogelijke handelingsperspectieven in beeld. De uitwerking van oplossingsrichtingen voor deze knelpunten vindt in afstemming met het Deltaprogramma plaats.

Voetnoten

  1. De maatregel Temmen brakke kwel is opgeknipt. Een deel van de kosten schuift door naar fase 3 van het Deltaplan Zoetwater.
  2. Dit betekent dat aan de lijst Maatregelen hoofdwatersysteem (tabel 14 in Deltaprogramma 2022) twee maatregelen worden toegevoegd en het totaalbedrag met € 3,6 miljoen wordt verhoogd.
  3. Zie KNMI Klimaatsignaal ‘21 - Hoe het klimaat in Nederland snel verandert