Hoofdstuk 2Doorontwikkeling
Deltaprogramma

Foto bovenkant pagina: Hoogwater tijdens storm Corrie, Vlaardingen, januari 2022

Het Deltaprogramma hanteert een adaptieve aanpak. De kennisbasis en de benaderingen ontwikkelen zich voortdurend en die inzichten krijgen een plek in de planvorming en uitvoering in de gebieden en bij de thema’s. Ook in de afgelopen periode zijn weer nieuwe inzichten en verkenningen beschikbaar gekomen die relevant zijn voor de lopende processen en het actueel houden van de voorkeursstrategieën. Een belangrijke hoofdlijn daarbij is dat de klimaatverandering sneller en grilliger verloopt dan voorheen gedacht en dat de effecten nu al merkbaar zijn en actie vergen. Een integrale benadering en verbinding met andere ont­wikkelingen in het ruimtelijk domein blijven cruciaal.

2.1 Kennisprogramma Zeespiegelstijging

Wereldwijd is de zeespiegelstijging inmiddels toegenomen van 2 mm per jaar tot 4 mm per jaar. Regionale verschillen in stijgsnelheid - onder andere door windinvloeden - bemoeilijken de zichtbaarheid van deze versnelling langs de Nederlandse kust, maar de eerste tekenen zijn volgens het KNMI inmiddels wel zichtbaar. Deze inzichten zorgen voor een betere aansluiting tussen de waarnemingen en de nieuwe klimaatscenario’s die het KNMI in 2023 uitbrengt.

Op dit moment vindt modellering plaats van de gevolgen van zeespiegelstijging voor het watersysteem en de bestaande strategieën met betrekking ttarget="_blank"ot waterveiligheid, zoetwatervoorziening en kustonderhoud. Dit alles gebeurt in overleg met de partners van het Deltaprogramma. De eerste resultaten komen in de tweede helft van 2022 beschikbaar. Ook wordt in bijeenkomsten per gebied verkend welke alternatieve opties er zijn voor de lange termijn en wat de mogelijke interactie hiervan is met de huidige en toekomstige investeringsagenda’s voor duurzame energie, woningbouw, infrastructuur, landbouw en natuur. Uit de bijeenkomsten blijkt dat de deelnemende partijen behoefte hebben aan praktische handvatten en voorbeelden die laten zien hoe investeringsagenda’s rekening kunnen houden met de toekomstige water­opgaven. Tussentijdse resultaten hierover zijn verwerkt in het woningbouwadvies van de deltacommissaris (zie figuur 5).

Mogelijke ruimtelijke consequenties van zeespiegelstijging voor nieuwe investeringen
Figuur 5 Mogelijke ruimtelijke consequenties van zeespiegelstijging voor nieuwe investeringen (tekstuele beschrijving)

Parallel aan deze gebiedsbijeenkomsten hebben veertien plannenmakers hun ideeën over toekomstige oplossingen gepresenteerd aan experts en deelnemers van het Delta­programma. Relevante bouwstenen - fysieke, juridische of financiële maatregelen - die hieruit voortvloeien, helpen bij de gebiedsgerichte invulling van de langetermijn­oplossingen in 2022. Meer informatie over de resultaten van de gebiedsbijeenkomsten staat in hoofdstuk 6.

Het kennisprogramma richt zich ook op implementatievraagstukken (Spoor V). Onderdeel daarvan is communi­catie. Een belangrijke interne communicatieactiviteit was de derde landelijke dag van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging op 5 april 2022, waar 200 deelnemers van overheden, kennisinstituten en de waterwereld inzicht kregen in de voortgang. Een ander cruciaal onderdeel van het kennisprogramma is participatie door maatschappelijke organisaties en overheden. Eind 2021 was het participatie­plan gereed. Daarin staat hoe de samenwerking met maat­schappelijke organisaties vorm krijgt. Als onderdeel van de implementatiestrategie worden ook governance- en transitievraagstukken verkend die een rol spelen bij het tijdig anticiperen op zeespiegelstijging. Voor de korte termijn is de vraag van belang op welke manier lokale overheden bij ruimtelijke beslissingen rekening houden met de onzekere zeespiegelstijging. De voortgang van het kennisprogramma is ontsloten op de website van het nationaal Deltaprogramma. Daar zijn ook de ingebrachte plannen te vinden.

Vanuit het kennisprogramma vindt jaarlijks overleg plaats met vertegenwoordigers van het Vlaamse Departement Mobiliteit en Openbare Werken (MOW) en het Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust over het onderzoek naar versnelde zeespiegelstijging en mogelijke maatregelen, om af te stemmen en samen te werken.

In het najaar van 2023 verschijnt een tussenbalans van het kennisprogramma, met inzichten in de effecten van zeespiegelstijging op het watersysteem, een eerste invulling van langetermijnoplossingen en benodigd vervolgonderzoek. Op dat moment zijn ook de nieuwe scenario’s voor zeespiegelstijging gepubliceerd, als onderdeel van KNMI’23-scenario’s. In de tweede fase - vanaf 2023 - wordt antwoord gegeven op de oprekbaarheid van bestaande strategieën en de neveneffecten op andere functies. Tevens worden de uitkomsten van deze analyses vertaald tot adaptatiepaden en de daarbij benodigde transitie- en governance-ontwikkelingen. Met deze tweede fase wordt in 2025 de benodigde input geleverd voor de herijking van het Deltaprogramma in 2026.

Achtergrond van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging

De zeespiegelstijging kan in 2100 groter zijn dan de 1 meter die het Deltaprogramma momenteel als bovengrens hanteert. Dat staat in het IPCC-werkgroep 1-rapport van augustus 2021 en het daarop gebaseerde KNMI Klimaatsignaal van oktober 2021. In 2019 hebben de minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en de deltacommissaris het initiatief genomen voor het Kennisprogramma Zeespiegelstijging. Overheden, kennis­instellingen, bedrijven, plannenmakers en maatschappelijke organisaties werken samen aan nieuwe kennis over zeespiegel­stijging en de mogelijke gevolgen voor waterveiligheid en zoetwaterbeschikbaarheid.

Het programma dient meerdere doelen en de werkzaamheden zijn verdeeld over vijf sporen:

  • De kennis over de stijgende zeespiegel verbeteren (spoor I) en de versnelling daarvan tijdig en betrouwbaar signaleren (spoor III).
  • In kaart brengen wat de houdbaarheid en oprekbaarheid van de huidige deltabeslissingen en strategieën is - bij extreme scenario’s van zeespiegelstijging en bijbehorende verzilting en in combinatie met hoge rivierafvoeren (spoor II).
  • Mogelijke handelingsperspectieven voor de lange termijn verkennen. Onderdeel van het kennisprogramma is ook het verkennen van ruimtelijke reserveringen die nodig kunnen zijn om opties voor de lange termijn open te houden (spoor IV).
  • Zorgdragen voor adequate communicatie en participatie en een tijdige voorbereiding op toekomstige transitie- en governancevraagstukken (spoor V).

In het jaarlijkse Deltaprogramma staat de voortgang van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging. Het kennis­programma levert de belangrijke beslisinformatie voor de volgende herijking van het Deltaprogramma in 2026. Het kennisprogramma heeft een eigen webpagina met achtergrondinformatie over de verschillende sporen, rapporten en verslagen van bijeenkomsten.

2.2 Advies Signaalgroep Deltaprogramma

De Signaalgroep Deltaprogramma monitort veranderingen in klimaat, zeespiegel, hydrologie en ruimtegebruik aan de hand van indicatoren die betrekking hebben op het verleden en de toekomst. De Signaalgroep bestaat uit inhoude­lijke experts van een aantal gezaghebbende en voor het Deltaprogramma relevante kennisinstellingen. Momenteel zijn dat: KNMI, Planbureau voor de Leefomgeving, Deltares, Wageningen University & Research, Rijkswaterstaat en Centraal Bureau voor de Statistiek. In december 2021 heeft de Signaalgroep Deltaprogramma, net zoals de voorgaande jaren, advies uitgebracht aan de deltacommissaris (zie achtergronddocument C).
Het advies gaat in op de door het IPCC en KNMI geconstateerde versnelling van klimaatverandering en de onvoorspelbaarheid van extremen zoals de stortbuien in de zomer van 2021. De Signaalgroep roept op een systematische check uit te voeren op de aannames onder de huidige strategieën, en de gehanteerde risico- en plannings­concepten kritisch te analyseren. Ook wordt aandacht gevraagd voor het aanpassingsvermogen van stedelijke gemeenschappen en het belang van afstemming met andere ruimtelijk relevante transities. De deltacommissaris wil de adviezen overnemen. Ook onderschrijft de delta­commissaris de noodzaak om een methode te ontwikkelen die nut en noodzaak van transformatieve interventies in beeld kan brengen. De deltacommissaris heeft een publieksvriendelijke samenvatting van het advies laten maken. Deze samenvatting ondersteunt de bestuurlijke bespreking en doorvertaling in de regio en maakt het advies toegankelijk voor een bredere doelgroep.

2.3 Beleidstafel Wateroverlast en Hoogwater

In juli 2021 viel extreme neerslag in een gebied half zo groot als Nederland. Dit leidde tot zware overstromingen en wateroverlast in Limburg, Duitsland, België en Luxemburg. De overstromingen van met name de zijbeken van de Maas en de Rijn leidden in het buitenland tot ruim 200 doden en veroorzaakten leed en schade (€ 40 miljard) bij bewoners, ondernemers en organisaties in het getroffen gebied. De wateroverlast was zo groot dat het kabinet besloot om de situatie uit te roepen tot nationale ramp en de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts) van toepassing te verklaren.

Deze extreme neerslag kan overal in Nederland vallen. Door klimaatverandering nemen klimaatextremen toe en volgens het KNMI bestaat er een reële kans dat dit soort gebeurtenissen zich vaker voor gaat doen. Daarom heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat in juli 2021 de Beleidstafel Wateroverlast en Hoogwater opgericht. Het doel van deze tijdelijke beleidstafel is om te leren van de situatie in Limburg, om zo beter om te kunnen gaan met de gevolgen van extreme neerslag in heel Nederland. Bij de beleidstafel zijn verschillende partijen betrokken, zoals het Rijk, Limburgse overheden, de Unie van Waterschappen (UvW), het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de deltacommissaris. De beleidstafel brengt binnen een jaar twee keer advies uit: het eerste advies verscheen in het voorjaar; het tweede verschijnt in het najaar van 2022.

48-uursneerslagen juli 2021, werkelijke situatie (links) en een voorbeeld van een verschoven situatie (rechts) Bron: Deltares
Figuur 6 48-uursneerslagen juli 2021, werkelijke situatie (links) en een voorbeeld van een verschoven situatie (rechts) Bron: Deltares (tekstuele beschrijving)

In het eerste advies staat dat onze watersystemen, ruimtelijke inrichting en crisisbeheersing niet kunnen voorkomen dat bij zulke extreme neerslag wateroverlast ontstaat. Wel is het mogelijk om de schade, maatschappelijke ontwrichting en ontreddering te beperken. Daarvoor zijn preventiemaatregelen nodig, evenals meer inzet op gevolgbeperking - door ruimtelijke inrichting, bewust­wording en crisis­beheersing. Het tweede advies zal zowel een verdieping als een verbreding zijn van het eerste advies.

De deltacommissaris neemt deel aan de beleidstafel; de uitwerking van de aanbevelingen vindt plaats in lopende programma’s en staande organisaties, waaronder het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Die uitwerking heeft met name betrekking op:

  • De normering van de regionale wateroverlast, het bepalen welke ontwikkelingen in de normerings­systematiek nodig zijn om meer rekening te houden met bovennormatieve gebeurtenissen en hoe daarbij het water-en-bodemsysteem meer sturend kan worden gemaakt.
  • De ontwikkeling en implementatie van bovenregionale stresstesten voor extremen die optreden in zeer omvangrijke gebieden, zoals die in juli 2021. Deze stresstesten geven inzicht in de gevolgen en het handelingsperspectief voor alle betrokkenen bij water­beheer, ruimtelijke inrichting, vitale netwerken en functies, en crisisbeheersing.
  • De doorontwikkeling van stresstesten zoals gestart met het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie in 2018, inclusief afspraken over verdergaande standaardisering en door­werking.
  • Slimme gebiedsinrichting waarin water en bodem meer sturend zijn, zodat de schade beperkt blijft bij weersextremen.
  • Het verwerken van de leerpunten in het beleid waaronder de Deltaprogramma’s Waterveiligheid en Ruimtelijke Adaptatie, en Integraal Riviermanagement (IRM), specifiek voor de Maas.
  • Concrete opties om het waterbewustzijn te vergroten.
  • Analyse van de impact van extreme neerslag op andere locaties in Nederland, inclusief handelingsperspectief voor een betere voorbereiding van deze gebieden.
  • Systeemanalyse Limburg en daaruit volgende aanbevelingen.

2.4 Studiegroep grondwater

De droge jaren 2018 en 2019 hebben de kwetsbaarheid van het grondwatersysteem aangetoond - met name op de zandgronden. Natuurgebieden werden geconfronteerd met uitzakkende grondwaterstanden, drinkwaterwinning kwam onder druk te staan en de onttrekking voor beregening nam sterk toe. Delen van met name hoog-Nederland hebben al jaren te maken met een trend van structurele schade in grondwaterafhankelijke natuurgebieden, het teruglopen van de diepe grondwatervoorraden en een dalende kweldruk. In laag-Nederland leiden dalende grondwater­standen tot bodemdaling en schade in de bebouwde omgeving - zowel in de openbare ruimte als aan panden. Voor de Stuurgroep Water (nu Bestuurlijk Overleg Water) was dit aanleiding voor het instellen van een tijdelijke ‘studiegroep grondwater’. Deze studiegroep analyseert de knelpunten en kansen bij het duurzaam beheer van grondwatervoorraden en komt - waar dat zinvol is - met adviezen, zowel inhoudelijk als voor het doorbreken van bestuurlijke impasses. De onderwerpen waar de studiegroep zich op richt zijn verdroging in hoog-Nederland; bebouwde om­geving en verzilting laag-Nederland; grondwaterkwaliteit; maatschappelijke waarde van grondwater; en energie­transitie. Eind 2022 verschijnt een rapport met adviezen en handelingsperspectieven.

In de studiegroep zijn ambtelijk vertegenwoordigd: de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), Economische Zaken en Klimaat (EZK) en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV); de koepels UvW, IPO en VNG; en de Staf deltacommissaris voor de verbinding met de Deltaprogramma’s Ruimtelijke Adaptatie en Zoetwater. De studiegroep rapporteert naar de Stuurgroep Water.

2.5 Kennisagenda Grensoverschrijdende Rivierafvoeren en Afvoerverdeling

De gevolgen van klimaatverandering raken ook het rivieren­gebied: er zijn hogere piekafvoeren, langere perioden van laagwater en langere perioden van hoog­water. Het is de vraag of de momenteel beschikbare kennis voldoende is om te kunnen beoordelen of het nodig is om de delta­beslissingen aan te passen. Daarom heeft de deltacommissaris in 2021 geadviseerd een Kennisprogramma Grensoverschrijdende Rivierafvoeren en Afvoerverdeling op te zetten.

Uit een lopende inventarisatie blijkt dat er al veel gebeurt rond kennisontwikkeling voor de verre toekomst van rivieren, zowel binnen Nederland als grensoverschrijdend. Via onderzoeksprogramma’s, nationaal beleid, pilotstudies en internationale samenwerkingsverbanden wordt gewerkt aan een toekomstbestendig rivierengebied. Volgens de geïnterviewde experts is echter een bredere blik gewenst. Het is met name nodig om verder te kijken in tijd (na 2085) en ruimte; naar het systeem als geheel; en over lands- en beheergrenzen heen, met een zo integraal mogelijke aanpak. Dat vraagt om de ontwikkeling van verschillende scenario’s en verkenning van verschillende oplossings­richtingen. De huidige inrichting en eisen vormen daarbij het vertrekpunt, maar er moet ook rekening worden gehouden met de noodzakelijke transities zoals voor energie en duur­zaamheid, autonome ontwikkelingen en een mogelijk (radicaal) andere inrichting van de Nederlandse delta[1].

De resultaten van de inventarisatie komen terecht in de Kennisagenda Rivieren, die momenteel wordt opgezet door Rijkswaterstaat en het directoraat-generaal Water en Bodem - in samenhang met het programma Integraal Riviermanagement (IRM). Dit programma werkt aan beleidsbeslissingen voor een toekomstbestendige en klimaatrobuuste ruimtelijke inrichting van de rivieren. Op basis van de Kennisagenda Rivieren wordt besproken welke onderwerpen nader onderzocht moeten worden en hoe dit het beste te organiseren is.

2.6 Innovaties

‘We need more innovation’. Dat stellen de landen die samen­werken in de Adaptation Action Coalition (een initiatief van de Verenigde Naties). Ook voor het Delta­programma geldt dat het ontwikkelen van nieuwe methoden en technieken een voorwaarde is om de doelen voor 2050 te behalen. De afgelopen tien jaar is in allerlei programma’s geïnvesteerd in innovaties om Nederland klimaatbestendig en waterrobuust te maken. Denk aan het Nationaal Kennis- en innovatieprogramma Water en Klimaat (NKWK) en de living labs en proeftuinen die in alle delen van het land zijn uitgevoerd.

Een voorbeeld van zo’n initiatief is de samenwerking tussen TU Delft en publieke en private partners onder de naam VPdelta. Voor het Deltaprogramma heeft VPdelta de lessen uit tien jaar ervaring in de eigen programma­praktijk geïnventariseerd en aan de hand van inspirerende voorbeelden beschreven[2]. Een van de lessen is dat andere financierings­mechanismen en meer ruimte voor innovatieve oplossingen in aanbestedingsmethoden nodig zijn om innovaties uit de proefprojecten structureel te kunnen inzetten voor een klimaatbestendige delta.

2.7 Participatie

Participatie is een belangrijke pijler van het Delta­programma. De opgaven vragen proactieve deelname en ideeën van overheden, ondernemers, burgers en belangenpartijen. De participatie vindt plaats op diverse schaalniveaus, variërend van straat- of wijk- tot nationaal niveau. De deelprogramma’s geven participatie vorm in gebiedsprocessen en ateliers (IRM), risicodialogen en gesprekken over waterbeschikbaarheid (Ruimtelijke Adaptatie en Zoetwater) en in regiosessies (Kennisprogramma Zeespiegelstijging).
Op nationaal niveau heeft het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving (OFL) formeel advies uitgebracht over het Deltaprogramma 2023. Zie achtergronddocument E. Het OFL spreekt in het advies waardering uit voor de bondige en inzichtelijke opzet van de brochure Hoofdlijnen Deltaprogramma 2023, waarmee een eerdere OFL-aanbeveling invulling krijgt. Het OFL herkent dat de opgaven van het Deltaprogramma groter worden en dat dit vraagt om versnelling van de aanpak en aansluiting met de grote transities. Van het Deltaprogramma en de deltacommissaris verwacht het OFL een leidende en aanjagende rol. Het advies wijst daarbij op de noodzakelijke balans tussen nationale regie en regionale uitvoering. Een illustratie vormen de opgaven in het IJsselmeergebied, die in de samenhang tussen de regionale met de nationale context moeten worden beschouwd. Tenslotte steunt het OFL de benadering ‘water en bodem sturend’, maar vraagt het om nadere concretisering inclusief benutting van natuur en natuurlijke oplossingen. In het najaar van 2021 heeft het OFL in een ongevraagd advies al aangeraden het bodem- en watersysteem meer sturend te maken. Het OFL adviseerde daarin dat het Deltaprogramma als aanjager kan fungeren en de verbinding kan zoeken met andere transities en opgaven in de gebieden - inclusief woningbouw en biodiversiteit.

Betrokkenheid jongeren

Doel van het Deltaprogramma is om Nederland veilig en leefbaar te houden voor komende generaties. Daarom wordt gehecht aan de inbreng en betrokkenheid van jongeren. Evenals vorig jaar heeft de deltacommissaris een aantal studenten gesproken over de bestuurlijke inleiding van het DP2023. Zij volgen studies op het gebied van watermanagement of klimaat aan een hogeschool of universiteit. De studenten adviseerden onder meer droogte prominenter in het Deltaprogramma op te nemen, omdat dit een blijvende uitdaging is. Tegelijkertijd is aandacht voor de watersnood in Limburg in 2021 belangrijk, omdat het mensen ervan bewust maakt dat wateroverlast door hevige buien overal kan ontstaan. De studenten riepen de deltacommissaris op om nog meer urgentie uit de tekst te laten spreken: we moeten nú beginnen. Het Deltaprogramma vraagt studenten om een eigen bestuurlijke inleiding te schrijven voor het Deltaprogramma 2024 om zo hun ideeën nog beter mee te kunnen nemen.

Ook sprak de deltacommissaris dit jaar met jonge ingenieurs in een College Tour-setting bij de Maeslantkering. De jongeren bespraken het woninbouw­advies dat de deltacommissaris schreef aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Ze vroegen onder meer naar de visie van de deltacommissaris op de rol van de ingenieurs­branche in de transities waar Nederland momenteel voor gesteld staat. 

2.8 Internationale context Deltaprogramma

De Sustainable Development Goals (SDG) van de Verenigde Naties vormen het internationale kader voor het Delta­programma. Het Deltaprogramma draagt bij aan de nationale implementatie van SDG 6: ‘Sustainable management of water and sanitation for all’, SDG 11 ‘Make cities and human settlements inclusive, safe, resilient and sustainable’ en SDG 13 ‘Urgent action to combat climate change and its impacts’. Wereldwijd lopen landen helaas nog achter bij het halen van deze doelen.

 

Het risico op overstromingen, droogte, wateroverlast, verzilting en watervervuiling neemt ondertussen wereld­wijd toe, onder meer door de gevolgen van klimaatverandering en toenemende weersextremen. Naast de noodzakelijk wereldwijde actie om te komen tot effectieve en tijdige klimaatmitigatie is klimaatadaptatie een van de grootste (water)uitdagingen voor de komende decennia. In maart 2023 organiseren Nederland en Tadzjikistan de VN Waterconferentie in New York. Dit is de eerste VN-waterconferentie sinds 1977. 

Kennis halen en brengen

Jaarlijks komen vanuit het buitenland vele verzoeken binnen bij het Deltaprogramma om kennis te nemen van de lessen van het Deltaprogramma. Deze lessen worden in veel gevallen via webinars gedeeld, op maat en passend bij de cultuur, de instituties en het beleid van het betreffende land.
Onder de vlag van de Nederlandse Internationale Water­ambitie (NIWA) ondersteunt Nederland andere landen bij de complexe en urgente vraagstukken die spelen. Het verbeteren van waterzekerheid is een kwestie van lange adem. Het halen en brengen van kennis is hierbij belangrijk. In dat kader zijn er langjarige partnerschappen met delta­landen zoals Bangladesh (Bangladesh Delta Plan), Vietnam (Mekong Delta Plan) en de Filipijnen (Masterplan Manilla Bay) en wordt intensief kennis gedeeld met Singapore - onder andere over klimaatadaptatie in de stad.
De Nederlandse overheid (waaronder de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en Buitenlandse zaken, en de Staf deltacommissaris) geeft op verzoek advies aan de betrokken partijen in deze landen, met name op het gebied van de governance van het waterbeheer in deltagebieden.

Europese strategie voor klimaatadaptatie

In maart 2021 heeft de Europese Commissie - als onderdeel van de Green Deal - de Europese klimaat­adaptatiestrategie gepresenteerd. Deze strategie is ook voor het Deltaprogramma van belang. De strategie streeft naar slimmere, snellere en systematischere klimaatadaptatie en meer internationale aandacht voor het aanpassingsvermogen van landen en regio’s. Ingezet wordt op (het stimuleren van) de ontwikkeling van maatregelen en de implementatie daarvan, mede via het vergroten van toegang tot de nood­zakelijke kennis en financiën. De Europese Commissie zal regionale en grensoverschrijdende samenwerking bevor­deren en de ontwikkeling en uitvoering van aanpassingsstrategieën en -plannen op alle bestuursniveaus ondersteunen.

2.9 Redesigning Deltas

Redesigning Deltas (RDD) is een trans- en multidisciplinair kennisprogramma dat onderzoek doet naar de rol van ontwerp en ontwerpend onderzoek bij het ontwikkelen van een langetermijnvisie en strategie voor een duurzame en veilige inrichting van Nederland. Het internationale programma is in 2021 opgezet door de Technische Universiteit Delft, in samenwerking met Deltares, de Erasmus Universiteit en Convergence[3], Wageningen University & Research en het Planbureau voor de Leefomgeving. Redesigning Deltas richt zich vooral op het versterken van de wetenschappelijke basis onder mogelijke toekomstbeelden en het identificeren van de ontwikkel­paden daarnaartoe. Het Deltaprogramma draagt bij aan RDD - financieel en via uitwisseling van inzichten en informatie. De uitkomsten van het kennis­programma RDD kunnen een rol spelen bij de herijking van de Deltabeslissingen in 2026. RDD en het Kennisprogramma Zeespiegelstijging werken nauw samen.

Kennisvragen die in RDD aan bod komen zijn onder meer:

  • Welke interventie- en adaptatiestrategieën zijn beschikbaar voor de verschillende effecten van klimaatverandering en op welke systeem- en schaalniveaus zijn deze toepasbaar? Hoe verhouden technische, ruimtelijke en ecologische strategieën zich tot elkaar? Welke strategieën zijn beproefd en effectief? Wat bepaalt investerings­bereidheid voor de verschillende strategieën (tijd, kosten, schade)?
  • Welke beperkingen voor economische en andere functies volgen uit de verschillende interventie- en adaptatie­strategieën voor kwetsbare of vitale deltagebieden? Hoe is hiermee om te gaan en hoe zijn deze beperkingen mogelijk in kansen te vertalen? Hoe kan ontwerpend onderzoek helpen bij het identificeren van kansen?
  • In welke mate kunnen andere ontwikkelingen en transities op het gebied van energie, mobiliteit, circulariteit en biodiversiteit bijdragen aan het creëren van extra kansen?
  • Welke toekomstbeelden, scenario’s, ontwerpprincipes en innovaties leveren de verschillende interventie- en adaptatiestrategieën op voor kwetsbare of vitale deltagebieden en welke aanpassingen of nieuwe vormen van aanpak kan dit opleveren voor beleid, praktijk, onderwijs en onderzoek?

Vijf ontwerpteams zijn van start gegaan; vijftien Nederlandse bureaus uit de beroepspraktijk (landschaps­architectuur, stedenbouw en ingenieursbureaus) maken hier deel vanuit. De eerste resultaten worden eind 2022 verwacht. Op 16 en 17 juni 2022 troffen vertegenwoordigers van acht verschillende delta’s elkaar op de Internationale Delta Conferentie in Rotterdam. Hier werden boven­genoemde vragen vanuit een internationaal perspectief worden belicht met als doel het meerjarig kennis­programma verder richting te geven.

Voetnoten

  1. Kennisontwikkeling voor het Nederlandse rivierengebied, Inventarisatie lopend onderzoek, Auteur(s) Anna Kosters, Nathalie Asselman. Deltares 2022
  2. Zie Achtergronddocument D
  3. Achtergrondinformatie